De Geboorte-icoon

Standaard

nativitycard-copy1[1]

Het mysterie in beeld

Nog een paar weken, dan is het zover. Kerst. Het grote feest met de vertrouwde verhalen en beelden. Het Kind in de kribbe. De blondgelokte Maria. Engelen, herders en wijzen. Jozef, verlegen achteraf. Dat alles in een krakkemikkig stalletje. Zó staat het toch in de Bijbel? En hebben kunstenaars het niet steeds zó uitgebeeld?

Stal of grot

Iconenschilders zien dat anders. Voor de stal moeten we ook niet bij de Bijbel zijn. Wel bij Franciscus van Assisi (1182-1226). Hij introduceerde ooit het ‘kerststalletje’ in het westerse christendom. Zijn levensgrote ‘kerststal’ in de velden van Greggio (1223) – met figuranten en levende dieren – werd een blijvende trend voor kunst en kerk.  Met die armelijke stal wilde hij de  eenvoud en armoede van Christus benadrukken.

Kijk – een Geboorte-icoon heeft geen stal. Wél een grot. Dit komt ook beter overeen met de situatie bij Bethlehem. De vele grotten daar worden nog steeds door herders en dieren gebruikt. 

Christelijke waarheid

Maar Geboorte-iconen vertellen méér. Iconen zijn immers, zo de Orthodoxie, preken in beeld. Geschilderd,  naar strikte regels. Artistieke vaardigheid of originaliteit staan niet centraal, wél de heilige, christelijke waarheid. Per slot is de Geboorte-icoon ook één van de twaalf belangrijkste feest-iconen van de gelovigen in het Oosten.

Die grot, dát is een zinnebeeld van onszélf. Van de in de schaduwen van de dood gevangen mensheid. In die grot, in dát dodenrijk – aldus de liturgische teksten ‘dringt Jezus als de zon van de waarheid binnen’. Wie dit symbolische verband doorziet, begrijpt ook waarom de kribbe op  iconen dikwijls een sarcofaag lijkt. Een doodskist. Met grot én kribbe wordt  zo beleden: Christus is geboren, gestorven én opgestaan, om ons van het duister van zonde en dood te verlossen.

Os en ezel

Op de oudste Geboorte-iconen én westerse kerstvoorstellingen komen we steevast de os en ezel tegen. Vreemd. In  het Evangelie zoek je ze tevergeefs. Kennelijk hadden de  dieren voor het vroege christendom een diepe, spirituele betekenis.

Jesaja (1: 3) zegt:  ‘Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar … mijn volk leeft in onwetendheid’. Een profetische vermaning, om de weg van het ongeloof te verlaten. Deze tekst heeft de christelijke beeldtaal beïnvloed.  Vooral nadat Augustinus (354-430), invloedrijk kerkvader,  de os als het Jodendom duidde, de ezel als het heidendom. Zodoende predikt de Geboorte-icoon: jij, kijker, jij moet jouw ongeloof loslaten; evenals de joden en de heidenen wordt jij geroepen, om in dit Kind jouw God te erkennen.

Trouwens, links onderaan, in ruige profetenmantel, weer Jesaja. Nu spreekt de profeet de twijfelende Jozef moed in: ‘De maagd zal zwanger worden’ (7:14).

Badscène als belijdenis

Verrassend – onderaan een aandoenlijk tafereeltje. Een vrouw giet water uit een kruik. De andere voelt of de temperatuur goed is. Sinds de 8e eeuw komen we dit op Geboorte-iconen tegen

Iconen zijn schatkamers. Ze herbergen vaak tradities en verhalen uit de jeugd van het christendom. Niet alleen Matteus en Lucas, ook kleurrijke, apocriefe vertellingen hebben ooit gelovigen geïnspireerd. Bijvoorbeeld het apocriefe Proto-Evangelie van Jacobus (2e eeuw). Dat boek verhaalt van een vroedvrouw, die haar vriendin Salome van de maagdelijke geboorte vertelt. Salome gelooft dit niet. Voor straf verstarren haar ledematen – totdat ze het Kind aanbidt en Maria om vergeving vraagt.

De Geboorte-icoon met badscène, os en ezel, grot – onderstreept door de goddelijke straal die van boven naar het Kind wijst – vertelt niet alleen het bijbelse Geboorteverhaal. Ze roept ons beeldend op in te stemmen met het diepe christelijke oermysterie: de menswording van Jezus Christus – Gods eniggeboren Zoon, ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria – onze Heer.

Christus Pantokrator

Standaard

Wie mij ziet, ziet de vader (Joh. 14:9)

Ogen die duizenden gedachten verraden. Lippen die een onuitsprekelijk geheim bewaren. Een voorhoofd, lichtend van gevoel en begrip. De rechterhand maakt een opmerkelijk zegengebaar. Een boek aan het hart gedrukt. Een kruisnimbus, geheimzinnige letters. En dat alles tegen een mystiek gouden achtergrond. Onmiskenbaar: een Christus-icoon. Maar – wat is een ‘icoon’?

Beeldverbod

Protestanten hebben geen traditie van religieuze kunst en beelden. Integendeel. Voor de Oosters Orthodoxe gelovigen – in grootte en belangrijkheid de 2e familiegroep binnen het wereld-christendom – ligt de zaak volkomen anders. Iconen zijn daar onmisbaar in kerk en eredienst. Maar ook in het dagelijks leven. Elk Russisch Orthodox gezin heeft in huis z’n ‘rode’ of ‘mooie’ hoek. Daarin de huisicoon, die in alle belangrijke levensmomenten deelt – doop, huwelijk, ziekte, sterven… Een afbeelding van Christus. Van Maria. Van een heilige zoals St. Nicolaas. Het woord  ‘icoon’ is afgeleid van het Griekse eikonos (=afbeelding). Maar de term werd al snel gemeengoed voor een christelijke, religieuze voorstelling. Doorgaans geschilderd op een houten paneel.

‘Maar’ vraagt iemand kritisch ‘de Tien Geboden dan? Die verbieden toch dit soort beelden (Ex. 20:4)?’ Lang werd gedacht, dat het beeldverbod ook zó in z’n meest strenge vorm werd gehandhaafd. Door de joden, én bij de eerste christenen. Dat meenden in elk geval Calvijn en Zwingli. Maar deze hervormers waren kinderen van hun tijd. Ze hadden slechts spaarzaam kennis van het oude christendom en ze koersten vooral op de tekst van de Bijbel. De echte traditie en erfenis van het Oosters Christendom? Voor de Hervormers was dit niets anders dan een onzichtbaar terra incognita, bedolven onder de Islam en het Ottomaanse rijk. En zo is het lang gebleven…

Oude papieren

Opgravingen en modern onderzoek maken echter duidelijk dat de werkelijkheid zó niet was. Het jodendom rond het begin van onze jaartelling, zo weten we nu, maakte al uitbundig gebruik van beeldende kunst. En de christenen? Waren zij niet in Christus bevrijd van de joodse besnijdenis en de Wet? Oosters Orthodoxe geleerden stellen dat christenen al in de apostolische tijd, zeg maar 1e eeuw, afbeeldingen van Christus en apostelen bezaten. Anderen houden het liever op ca. 200. Hoe het zij: religieuze beeldende kunst in de kerk heeft al zéér oude papieren.

Maar iconen zijn geen ‘kunst’, zoals wij dat nu beleven. Ook niet zo bedoeld. Hun oorsprong ligt in de tijd dat niet horen en lezen, maar ‘zien’ het belangrijkste intellectuele communicatiemiddel was. Ook voor de verbreiding van het christelijk geloof. ‘Door het oog’, zo kerkvader Augustinus (354-430) ‘wordt het hart onmiddellijk aangesproken’. Iconen zijn daarom in de meeste ware zin ‘verkondiging’. Visuele evangelisatie.. Geloofsbelijdenissen. Preken in lijn, kleur en beeld. Een icoon wordt dan ook niet ‘geschilderd’, maar ‘geschreven’.

Belijdenis

Ook onze Christus-icoon is een en al bijbel en belijdenis. Stoelt het christendom niet op het geloof ‘het Woord is vlees geworden’ (Joh. 1:14)? Tegen ieder die meent dat Christus eigenlijk een schijnlichaam had (Doceten), betuigt deze icoon zichtbaar het tegendeel. Geheel overeenkomstig de Geloofsbelijdenis van Nicea (325), En dat boek in zijn hand? Nee het is geen bijbel of missaal. Het boek symboliseert dat Hij, Christus, het Woord Gods is, van den beginne (Joh. 1:1)? De Griekse letters naast en in de nimbus zijn hier van het refrein: Jezus (IC) Christus (XC) en ‘Hij die is’ (OωN). En dan die vingers: twee omhoog duiden op de dubbel natuur (ik ben ‘mens én God’); twee gebogen tot een ‘o’ (van: ‘Hij die is’).

Dit type icoon noemen we: Christus-Pantokrator – Christus de Al-beheerser. Het is de kern-icoon van de oude Orthodoxie. Ik bekijk de icoon. Nee – het omgekeerde is het geval: de icoon kijkt juist naar mij. Zijn blik, zijn kleurrijke symboliek vragen gelovigen, Protestant, Rooms Katholiek of Oosters Orthodox: ‘Besef, dat wie Mij ziet ook de Vader ziet……‘. 

 

Afbeelding

Icoon van Christus Pantokrator, St. Catherinaklooster, Sinaï, 6e eeuw.